Soortbehoud en Avicultuur

Soortbehoud en avicultuur.

Drs. J.Hooimeijer, Vogeldierenarts

Kliniek voor Vogels, Meppel

 

Inleiding

 

Vogelliefhebbers en vogeldierenartsen verkeren in een unieke positie.

De vogels waar we mee te maken hebben  zijn feitelijk  dezelfde vogels als in de vrije natuur voorkomen.

Het is bekend dat vele soorten waar we mee te maken hebben  in het voortbestaan worden bedreigd of zelfs bijna uitgestorven zijn in de natuur.

 

Vogelliefhebbers en vogeldierenartsen spelen  een belangrijke rol  in het soortbehoud  van bedreigde vogelsoorten.

 

In het algemeen wordt bij soortbehoud gedacht aan  projecten in de landen waar de vogels oorspronkelijk voorkomen.  Het beschermen van de oorspronkelijke leefgebieden, het geven van voorlichting en het verbod op de vangst en export/import zijn belangrijke doelstellingen om vogels effectief te kunnen beschermen.

 

Met zo veel vogels binnen de avicultuur die bedreigd worden zou het kortzichtig zijn om alleen aandacht te besteden aan de vogels in de landen van herkomst.

Vogels binnen de avicultuur moeten worden gezien als de tegenhangers van de vogels in de natuur. Vogels binnen de avicultuur zijn de ambassadeurs van de vrijlevende soortgenoten.

 

Voor verschillende van de meest bedreigde soorten is de enige hoop en kans op overleven binnen de avicultuur.  De Spix ara in Z.Amerika is een bekend voorbeeld maar ook de Californische Condor, de ooievaar in Nederland  en Fazanten uit Azie zijn enkele voorbeelden waarbij het kweken in gevangenschap de basis is/was van soortbehoud.

De Echoparkiet is een voorbeeld waarbij een beschermingsproject  van de World Parrot Trust  zeer succesvol is door vogels  vanuit de natuur in te zetten in een kweekprogramma.

Voor enkele van de zeer bedreigde vogelsoorten is de enige hoop het creëren van een stabiele en gezonde populatie binnen de avicultuur.

Dit is voor veel soorten geen gemakkelijke opgave en tal van faktoren bepalen het succes.

.

Door verschillende oorzaken worden soorten binnen de avicultuur met uitsterven bedreigd;

 

·        Het kweken van mutaties waardoor de oorspronkelijke 'wildvorm' verdwijnt zoals bij

      halsbandparkieten, agaporniden, gouldamadines enz. enz.

·        Door inteelt waardoor er ernstige degeneratie van de soort zal optreden in de toekomst.

·        Door het kweken van 'bastaarden' waarbij verschillende soorten en/of ondersoorten worden gekoppeld..

·        Door besmettelijke ziektes waarbij onvoldoende preventieve maatregelen genomen worden.

·        Door verkeerd management waarbij bijvoorbeeld veel kweekpoppen bij kakatoes het slachtoffer worden door agressie.

·        Verkeerd management door overbevolking of het combineren van verschillende soorten in een kweekbestand .

Voorkomen van stress is van groot belang voor het welzijn ,de gezondheid  en de voortplantingsresultaten van vogels.

·        Door verkeerd management waarbij de vogels onvolwaardige voeding krijgen. Onvolwaardige voeding  is voeding die niet voldoet aan  de voedingseisen voor wat betreft aminozuren, sporenelementen, mineralen en vitaminen..

      Onvolwaardige voeding is ook voeding met  insecticiden, onkruidbestrijdingsmiddelen,          

     antischimmelmiddelen, kleur-, smaakstoffen, mycotoxinen, conserveringsmiddelen enz. met

     schadelijke gevolgen op de langere termijn. In de zestiger jaren werden (roof)vogels bedreigd

     in het voortbestaan door landbouwtoxinen die nu ook in 'vogelvoeding' te verwachten zijn.

     De kwaliteit van de voeding wordt  niet bepaald door deskundigen maar is speelbal van

     commerciële belangen waarbij de belangen van vogels ondergeschikt zijn.

 

Het is een belangrijke taak en verantwoordelijkheid van de vogelbonden en van vogelliefhebbers om aan deze problematieken aandacht te besteden.

De 'buitenwereld' kan in de toekomst de avicultuur (bonden/liefhebbers)  terecht verwijten dat soorten niet alleen verdwijnen in de natuur maar ook binnen de avicultuur.

 

Vogelliefhebbers en vogeldierenartsen verkeren in een sleutelpositie om  samen te werken in het belang van vogels en in het belang van de avicultuur.

 

Een gezonde populatie

 

Een van de eerste  vragen naar de haalbaarheid van soortbehoud is in hoeverre er spraken is van een levensvatbare populatie.

Vanuit het standpunt van de bioloog vertoont een gezonde populatie  geen tekenen van domesticatie of degeneratie.

Een gezonde populatie beschikt over een grote variatie aan erfelijke eigenschappen/kenmerken. Hoe groter de variatie aan erfelijke eigenschappen binnen een populatie hoe groter de overlevingskans in de natuur.

Deze variatie maakt het mogelijk dat populaties zich voortdurend kunnen aanpassen onder invloed van “selectieve krachten” vanuit de natuur.    Enkele selectieve krachten zijn; klimaatomstandigheden, roofdieren, voedsel concurrenten en ziektes. De variatie in erfelijke eigenschappen bewerkstelligt een evolutie  op basis van aanpassingen en is essentieel  voor de langere termijn overleving van een soort/populatie.

 

Voor populaties binnen de avicultuur waarbij het aantal vogels beperkt kan zijn, zeker bij bedreigde soorten kan de situatie niet worden vergeleken met de situatie in de natuur.

 

Het is helaas onvermijdelijk  dat bij populaties binnen de avicultuur de variatie aan erfelijke eigenschappen vermindert. In hele kleine populaties kan inteelt onvermijdelijk zijn.

De gevolgen van inteelt zijn in het algemeen  dat  vogels minder sterk/vitaal zijn en er een grotere kans bestaat op erfelijke afwijkingen. Dit betekent een verminderde vitaliteit en een verminderde reproductie.

Binnen de avicultuur wordt een beschermde omgeving gecreëerd waarbij er geen spraken meer is van selectieve krachten zoals in de natuur.  Vogels die het goed doen binnen de avicultuur  zijn goed aangepast aan de omstandigheden in gevangenschap.  Het is de vraag of  deze vogels zich ook zouden handhaven in de natuur..

De onvermijdelijke gevolgen van inteelt  zijn degeneratie en domesticatie.

De kanarie en de grasparkieten kunnen daarbij als voorbeelden dienen. De kweekresultaten bij deze soorten gaan sterk achteruit evenals de levensverwachting.

Binnen een relatief kort tijdbestek kunnen populaties in gevangenschap tekenen vertonen van een verminderde vitaliteit.

Het verlies aan genetische variatie resulteert in vogels die zich onderscheiden van de soortgenoten in de natuur en daardoor mogelijk niet meer geschikt zijn om zich in de natuur te handhaven.

 

Het is een uitdaging om vogelpopulaties binnen de avicultuur te behouden met dezelfde vitaliteit als bij de tegenhangers in de natuur .

 

Vanuit het gezichtspunt van vogeldierenartsen is een gezonde populatie een populatie zonder (besmettelijke) ziektes  die zich kan handhaven in gevangenschap zoals  gedomesticeerde dieren.

Het is op zich zelf een hele uitdaging om gezonde populaties te bewerkstelligen binnen de avicultuur gezien de risico’s van besmettelijke ziektes en de vele managementfouten die worden gemaakt binnen de avicultuur.

 

In de afgelopen decennia is  het creëren van stabiele, gezonde bestanden steeds gecompliceerder geworden.

Een belangrijke reden daarvan is dat  liefhebbers/kwekers en de avicultuur nauwelijks  beseffen dat het noodzakelijk is om  goede preventieve maatregelen te nemen.

Verder dragen tal van aspecten op het gebied van mismanagement er toe bij dat er gemakkelijk problemen een kans krijgen.

 

Binnen de vogelgeneeskunde worden vogels in het algemeen altijd behandeld als individuele vogels. Er wordt in het algemeen  niet nagedacht over  de problematiek van het bestand waar de vogel  een onderdeel van is.

Door een toegenomen kennis en ervaring gedurende de afgelopen 20 jaar  binnen de avicultuur en met name ook binnen de vogelgeneeskunde  is het steeds meer mogelijk geworden om zieke en zwakkere vogels te behandelen en te behouden.

 

We moeten ons daarbij realiseren dat de minder sterke vogels  gevoeliger zijn voor allerlei

infecties. Het ontbreken van voldoende weerstand en levensvatbaarheid is het gevolg van  falend management  en  onzorgvuldig / onverschillig kweken.

In de loop van de tijd worden steeds meer , minder sterke vogels gebruikt als kweekvogels. De jongen die daaruit gekweekt worden zijn  al weer minder vitaal dan de vorige generaties.

 

Een typisch voorbeeld binnen  de avicultuur is de postduivenliefhebberij. Het is een gegeven dat binnen 2 jaar 90% van de gekweekte jonge duiven verdwijnen uit de populatie door een strenge selectie.

Uiteindelijk doet slechts 10% van de gekweekte jonge duiven mee als onderdeel van de kweekpopulatie.

Deze strenge selectie is noodzakelijk omdat postduiven voortdurend  in contact komen met besmettelijke ziektes door de aard van de postduivensport waarbij duizenden duiven in een auto , gedurende 1 of meerdere dagen worden vervoerd en drinken uit een gezamenlijk drinkwater en eten van de vloer.

Alleen de sterkste en meest vitale duiven blijven uiteindelijk over.

Dat betekent dat ondanks een breed scala van besmettelijke ziektes  de duivensport  daar niet door wordt bedreigd.

 

 

Besmettelijke ziektes

 

De kombinatie van erfelijke degeneratie, onzorgvuldig kweken, verkeerd management en het ontbreken van een strenge (natuurlijke) selectie maakt vogels binnen de avicultuur steeds meer kwetsbaar voor besmettelijke ziektes. Voor besmettelijke virusziektes zijn een groot probleem door het ontbreken van behandelingsmogelijkheden en het ontbreken van goede preventieve maatregelen.

Besmettelijke ziektes en een verminderde algehele conditie zijn een op de langere termijn een ernstige bedreiging voor de avicultuur.

(Zie het artikel “ De aankoopprocedure als ziektepreventie” als publicatie van de Werkgroep Besmettelijke Vogelziekten. )

Het is aan de vogelliefhebberij /avicultuur om  gezamenlijk met  serieuze vogeldierenartsen om op deze ontwikkelingen in te spelen . Het is van groot belang om  bedreigde vogelsoorten 

op een verantwoorde manier te houden en  om er op een verantwoorde manier mee te kweken.

Het is een gegeven dat vele vogelpopulaties beschouwd moeten worden als bedreigd in het voortbestaan.

Vogelpopulaties worden in de natuur met uitsterven bedreigd. Vogelpopulaties worden ook binnen de avicultuur met uitsterven bedreigd.

 

Mutaties

 

Bij veel soorten zien we dat het kweken van mutaties een grote vlucht heeft genomen.

De kanarie is een voorbeeld van een vogel die door een mutatiekweek al helemaal niets meer te maken heeft met de oorspronkelijke europese kanarie.

De kakariki is een bekend voorbeeld van een vogel die in het  oorspronkelijk leefgebied wordt bedreigd in het voortbestaan.

Er worden meer kakariki’s binnen de avicultuur geboren dan in de natuur.

Het is echter een verontrustende ontwikkeling om te zien dat deze soorten door de mutatiekweek ook sterk bedreigd worden in het voortbestaan binnen de avicultuur.

 

Inteelt

 

Ook inteelt wordt in het algemeen veel toegepast. We moeten er vanuit gaan dat  inteelt op de langere termijn zeer ongunstige effecten heeft op een populatie die uiteindelijk niet meer te vergelijken is met de vogels in de vrije natuur.

 

Bastaarden

 

Het kweken van bastaarden waarbij vogels van verschillende soorten worden gekruist moet binnen de avicultuur als niet acceptabel en verwerpelijk worden gezien.

De belangrijkste reden dat bastaarden worden gekweekt is vanwege commerciële belangen.

De avicultuur dient duidelijk stelling te nemen tegen het kruisen van vogelsoorten, daarmee worden de belangen van de vogelsoorten behartigd. Dit is tevens in het belang van de avicultuur als geheel.

Het kweken met ondersoorten dient ook zo veel als mogelijk te worden voorkomen.

Het opzetten van  stamboeken en het begeleiden van liefhebbers is een belangrijke taakstelling binnen de serieuze avicultuur.

 

 

 

 

Handopfok versus natuurbroed

 

Binnen de avicultuur is het handmatig grootbrengen van jonge vogels  een ontwikkeling vanuit het verleden waarbij het noodzakelijk was om jonge vogels te behouden.

Handmatig grootbrengen van jonge vogels kan  een goede zaak zijn als er geen andere mogelijkheden beschikbaar zijn.

Handmatig grootbrengen kan gerechtvaardigd  zijn  als de ouders weigeren de eieren uit te broeden, de jonge vogels niet worden gevoerd of de jonge vogels worden beschadigd of zelfs doodgemaakt.

We moeten ons echter altijd afvragen wat de oorzaken zijn van dergelijk afwijkend gedrag.

Agressie van ouders tegen jonge vogels kan het gevolg zijn van een optelsom van factoren die terug te voeren zijn op fouten in het management.

De algehele conditie van de kweekpop moet meer dan perfect zijn  op het moment dat de eieren worden geproduceerd. Als de kweekconditie onvoldoend is, zal de conditie/kwaliteit van de eieren onvoldoende zijn. De consequentie is dat de jonge vogels worden geboren met een achterstand en minder levensvatbaar zijn.  We kunnen er vanuit gaan dat ouders al snel in de gaten hebben als jonge vogels niet 100% normaal reageren en minder vitaal zijn. In de natuur is het normaal dat ouders jonge vogels, die tekenen vertonen van mindere vitaliteit, verwaarlozen, uit het nest gooien of doodmaken en zelfs opeten. In de natuur gaan volwassen vogels geen energie spenderen aan jongen die door hen worden beschouwd als te zwak om uiteindelijk te overleven. Het is gangbaar dat de volwassen vogels liever een volgende ronde produceren in de hoop dat de kwaliteit van de jonge vogels dan beter is.

Door middel van handopfok is het inmiddels goed mogelijk om zwakkere jonge vogels in leven te houden en  groot te brengen.

We moeten ons  afvragen in hoeverre het op de langere termijn verstandig is om minder vitale jonge vogels  “er door heen te slepen” en daarmee steeds meer vogels te krijgen met een mindere vitaliteit en levensvatbaarheid. Het druist in tegen een natuurwet dat uitsluitend de meest sterke en vitale dieren een rol spelen bij het in stand houden van de natuurlijke populatie.

Het is dan ook essentieel dat er wordt gekeken naar de achterliggende oorzaken van de noodzaak om jonge vogels met de hand groot te brengen.

In het geval van een onvoldoende kweekconditie kunnen we er vanuit gaan dat de  meest voorkomende oorzaak te maken heeft met de kwaliteit van de voeding. Kweekkoppels moeten beschikken over de best mogelijke voedingen om daarmee de kwaliteit van de nakomelingen te garanderen.

Bezuinigen op de kwaliteit van de voeding is niet acceptabel en het is ook bekend  binnen de pluimveehouderij dat de uiteindelijke resultaten bijna voor 100% te maken hebben met de kwaliteit van de voeding. Dit geldt ook voor het kweken van vogels binnen de avicultuur.

 

Er zijn kwekers/liefhebbers die handopfok rechtvaardigen om daardoor meer jonge vogels te kunnen produceren. De consequentie daarvan is dat de pop binnen een korte periode meer eieren produceert dan onder natuurlijke omstandigheden. Dat gaat ten koste van de conditie  van de pop en van de kwaliteit van de eieren en daarmee van de kwaliteit van de jonge vogels.

In het algemeen is er een duidelijke achteruitgang van het uiteindelijke gewicht en postuur van  jonge vogels als er meerdere rondes worden gekweekt.

Een andere negatieve consequentie is dat de gevoeligheid voor besmettelijke ziektes toeneemt. We weten dat problemen door het polyomavirus meer voorkomen bij jonge vogels die met de hand worden grootgebracht dan bij natuurbroed jongen. Bij grasparkieten weten we dat kruiperziekte als besmettelijke ziekte meestal pas problemen geeft als er meer dan een ronde wordt gekweekt.

Het creëren van grote leeftijdsverschillen binnen een groep jonge vogels maakt deze vogels kwetsbaarder voor besmettelijke ziektes.

Het betekent dat  kweken om zo veel mogelijk jonge vogels te kweken onverstandig kan zijn.

We moeten ons realiseren  dat bewezen kweekkoppels een grote waarde vertegenwoordigen. Deze waarde is aanzienlijk hoger dan de aankoopwaarde van individuele vogels.

De ervaring is dat veel kweekkoppels niet langer produceren dan 5 – 10 jaar.  Binnen die periode gaat de conditie van met name de kweekpop achteruit en ontwikkelen zich tal van problemen. We zien binnen de kliniek voor Vogels dan allerlei problemen zoals ruistoornissen,  abnormale eieren, onbevruchte eieren, afstervende eieren, sterfte van jonge vogels, slecht opkomen van jonge vogels en ontwikkelingsstoornissen bij de jonge vogels.

Uiteindelijk zelfs sterfte van kweekpoppen  door legnood of broedend op de eiren.

De doelstelling zou moeten zijn wordt toegewerkt naar managementmaatregelen op de langere termijn. Het verliezen van een waardevolle kweekpop en/of het moeten samenstellen van een nieuw kweekkoppel is bij veel soorten niet eenvoudig en in het algemeen kostbaar.

 

Als handmatig grootbrengen noodzakelijk lijkt te zijn binnen een kweekbestand is het verder van groot belang om kritisch te kijken naar verschillende factoren binnen een kweekbestand die onrust/agressie/stress veroorzaken.

 

Handmatig grootbrengen van jonge vogels moeten we beschouwen als een noodzakelijk kwaad als er geen andere mogelijkheden voorhanden zijn. In de toekomst  dient het handmatig grootbrengen van jonge vogels een zeldzaamheid te zijn

 

Kweekprogramma’s

 

Voor bedreigde  diersoorten zijn er tal van internationale kweekprogramma’s. In eerste instantie opgezet vanuit de dierentuinwereld.

Ook voor tal van vogelsoorten zijn er dergelijke internationale kweekprogramma’s.

Vogelliefhebbers spelen daarbij een waardevol rol  bij het in stand houden van soorten.

Verder bieden dergelijke kweekprogramma’s de mogelijkheid om vogels te reintroduceren in de oorspronkelijke leefgebieden.

In Europa zijn er 19 kweekprogramma’s opgezet in het kader van het EEP-programma

( European Endangered Species Programme).

 

Tot op heden wordt het belang van veterinaire begeleiding  in het kader van dergelijke kweekprogramma’s onderschat.

Er dienen duidelijke richtlijnen te zijn op het gebied van de veterinaire begeleiding ten aanzien van preventieve maatregelen. Duidelijke richtlijnen zijn van groot belang voor het succes van dergelijke kweekprogramma’s  waarbij vogels worden uitgewisseld tussen verschillende  kweekbestanden.

 

Het kweken van niet bedreigde vogelsoorten is van belang  om daarmee ervaring en kennis op te doen die van belang is voor het kweken met bedreigde vogelsoorten. Daarnaast kunnen op deze manier meer kwekers worden betrokken bij de problematiek van het behouden van soorten in de natuur en binnen de avicultuur.

 

Op het moment maakt internationale wetgeving het moeilijk om  bedreigde vogelsoorten te kunnen uitwisselen tussen landen en tussen continenten.

Gezien de beschikbare  DNA technologie kan de verwantschap tussen vogels onomstotelijk  worden vastgesteld  en daarmee kan bewezen worden dat dergelijke vogels gekweekt zijn binnen de avicvultuur. Met name voor bedreigde vogelssoorten die gekweekt worden binnen de avicultuur zouden er internationaal geen beperkingen moeten zijn in het uitwisselen tussen kweekbestanden.

Op die manier kan de populatie van bedreigde vogelsoorten binnen de internationale avicultuur worden vergroot en daarmee de kans om de betreffende soort  voor de toekomst te behouden.

 

Vogelbeschermingsorganisaties

 

Er zijn meerdere organisatie die opkomen voor de belangen van vogels;

In Nederland bestaat Stichting Papegaaien en Parkieten Welzijn (SPPW)  www.sppw.nl

En Stichting De Moderne Papegaai (SdMP)  www.demodernepapegaai.nl

BIRDLIFE  is een internationale organisatie met nationale vertakkingen die zich richten op soortbehoud van vogels in de vrije natuur

WORLD PARROT TRUST (WPT) is een internationale organisatie die opkomt voor de belangen van papegaaiachtige in de vrije natuur , voor de belangen van vogels binnen de avicultuur en voor de belangen van vogels die als huiskamervogels worden gehouden.

WPT is in 1989 opgericht in Engeland vanuit kwekers van papegaaiachtige . Het WPT ondersteund tal van projecten wereldwijd ter bescherming van soorten in de vrije natuur. De Echoparkiet , de Hyacint ara en de lear’s ara , de Filippijnse kaketoe en vele andere soorten worden middels projecten beschermd.

Het WPT is een van de beste visitekaartjes van de avicultuur. Door het WPT te steunen bewijzen vogelbonden , liefhebbers en eigenaren betrokken te zijn bij de belangen van vogels in de natuur en in gevangenschap.

RARE is een organisatie die in 1973 in opgericht in Philadelphia en is aktief in landen in Zuid Amerika, de Caribean en in de Pacific. RARE ontwikkeld met name voorlichtingsprogramma’s en initieert eco toerisme om de lokale bevolkingen te laten profiteren van  de eigen natuurlijke omgeving zonder deze te vernietigen voor andere doeleinden.

De INTERNATIONAL AVICULTURAL SOCIETY   (IAS) is een internationale organisatie van kwekers, opgericht in 1990 . De  IAS  ondersteund onderzoek naar vogelziektes, geeft voorlichting en ondersteund natuurbeschermingsprojekten, gericht op vogels.

 

Het behouden van soorten in de natuur en binnen de avicultuur is een gecompliceerde opdracht.

Succes is uitsluitend te verwachten door een goede samenwerking tussen de verschillende betrokkenen.

 

Individuele vogelliefhebbers en de georganiseerde de avicultuur  hebben een grote verantwoordelijkheid  waarbij het vanzelfsprekend is dat de doelstellingen van de verschillende vogelbeschermingsorganisaties daadwerkelijk worden ondersteund. 

Vogelliefhebbers en vogelbonden die zich aan deze verantwoordelijkheid onttrekken maken zich ongeloofwaardig voor de komende generaties.

 

Het is niet toegestaan om bovenstaande tekst over te nemen, de kopiëren of te publiceren zonder schriftelijke toestemming van de Kliniek voor Vogels te Meppel

 

 
0522-259455
info@kliniekvoorvogels.nl
@

© 2013  by Kliniek voor Vogels  |  sitemap
|
  |  disclaimer  |  privacy statement