PBFD Snavel-en veerrotziekte

Betreft de problematiek van PBFD= Snavel- en Veerrotziekte bij papegaaien en parkieten.

 

Het gaat om een besmettelijke virusziekte veroorzaakt door het Circo-virus.
 

Deze virusziekte was bij papegaaien/parkieten in eerste instantie vooral bekend als ziekte bij kakatoes. Inmiddels zijn de afgelopen 30 jaar steeds meer verschillende soorten papegaaien en parkieten bekend waarbij het virus problemen geeft.

Van oorsprong zijn de eerste besmette vogels binnen gekomen via de import van papegaaien. Het is bekend dat in  Australie het Circo virus voorkomt bij de wilde kakatoes.
Vanuit Australie mogen al tientallen jaren geen vogels meer geexporteerd worden.
Inmiddels is er een wereldwijde verspreiding en komen er ook vanuit Afrika besmette vogels binnen die afkomstig zijn vanuit de avicultuur zoals er ook besmette vogels vanuit Nederland naar Afrika zijn geexporteerd.
Gelukkig is de import van wildvang papegaaien/parkieten sinds 2007 in Europa verboden. Daarmee is ook de import van allerlei besmettelijke (virus)ziektes gestopt.
 

Het belangrijkste kenmerk was, met name bij kakatoes, het verlies van veren en ontwikkelen van afwijkende veren.  Ook afwijkend gekleurde veren kunnen passen bij het ziektebeeld PBFD.  Daarnaast waren er, vooral bij kakatoes, opvallende snavelafwijkingen.

De uitwendige verschijnselen maken dat er wordt gesproken over Snavel- en Veerrotziekte.
 
(Het is daarbij overigens opmerkelijk dat regelmatig de naam Bek- en Veerrotziekte wordt genoemd. Een merkwaardige benaming omdat we bij vogels nooit praten over een bek maar over een snavel. Bek is domweg een foutieve vertaling van Beak wat in het engels zowel wordt gebruikt voor snuit, bek en snavel.)

De afgelopen jaren zien we bij steeds meer vogelsoorten dat de klassieke verschijnselen niet meer naar voren komen. Dat betekent dat vogels besmet kunnen zijn zonder uitwendige verschijnselen, dus geen afwijkende bevedering en geen snavelafwijkingen.

Een belangrijk kenmerk  bij deze virusziekte is dat vooral het afweersysteem wordt aangetast waardoor de weerstand van de vogel onvoldoende is.

Besmette vogels kunnen vervolgens allerlei complicaties krijgen die niet goed reageren op een behandeling.

In dergelijke gevallen is de problematiek vergelijkbaar bij mensen die besmet zijn met het HiV virus en vervolgens aids ontwikkelen waarbij allerlei complicaties optreden omdat ook bij AIDS het afweersysteem is aangetast.

Bij grijze Roodstaarten zien we regelmatig dat er geen uitwendige verschijnselen zichtbaar zijn. Bij jonge grijze roodstaarten zien we dat er naast de aantasting van het afweersysteem zich ook  bloedarmoede ontwikkelt en verlammingsverschijnselen in combinatie met acute  leverontstekingen met geel/groen verkleurde urine. 

Vogels kunnen ook zonder uitwendige verschijnselen acuut doodgaan.

 

Als het gaat om een besmetting met PBFD in een bestand is het zeker niet zo dat alle vogels  besmet worden en vervolgens problemen krijgen.

Een deel van de vogels kan zich ontwikkelen als dragers zonder verder klachten of verschijnselen te vertonen.

Andere vogels worden besmet maar zien kans het virus te overwinnen en zijn vervolgens vrij van het virus.

Vooral jonge vogels zijn gevoelig voor deze virusziekte. Volwassen vogels lopen aanzienlijk minder risico.

Een besmet bestand dient te worden gecontroleerd middels bloedonderzoek. Vogels die positief zijn, zonder uitwendige verschijnselen worden, net als de overige vogels, na 90 dagen opnieuw getest.

'Positieve vogels' worden in een quarantaine situatie gehuisvest, bij voorkeur met een buitenvlucht.

Afhankelijk van de omstandigheden is het advies dat   vogels met uitwendige verschijnselen,  waarbij  het Circo-virus wordt aangetoond,  worden geeuthanaseerd. 

Kwekers die het bestand niet laten onderzoeken spelen vervolgens een rol bij de verspreiding van de ziekte en kunnen daar later (juridisch) door een koper op worden aangesproken als deze besmette vogels verkoopt.

De tijd  tussen het moment van besmetting en de uitwendige verschijnselen kan vari�ren van enkele weken tot vele jaren.

De verspreiding gaat via het zwevend stof .

Deze besmettelijke ziekte wordt vooral verspreid via handelaren in babypapegaaien. Deze handelaren verzamelen van verschillende herkomsten  jonge papegaaien voor de handel.

Het advies is altijd om een jonge papegaai rechtstreeks aan te schaffen via een betrouwbare kweker en nooit via een handelaar. Wie koopt er een jonge hond via een hondenhandelaar?

   

DIAGNOSE

In de loop van de jaren is gebleken dat er bij papegaaien/parkieten verschillende varianten/typen van het Circo virus circuleren. We moeten bedenken dat bijvorbeeld bij o.a. agaporniden, lories en neophema's andere varianten/typen kunnen voorkomen dan bij kakatoes of Gr.r.staarten.
Het Circo virus is ook een bekende oorzaak van ziektes bij kippen, duiven, kanaries, varkens enz.
Het Circovirus dat problemen geeft bij postduiven is een andere variant dan het circovirus dat problemen geeft bij kanaries.
Dat er van een virus meerdere varianten/typen zijn kennen we bij de mens bijvoorbeeld bij het Herpesvirus waarbij een variant de simpele koortslip veroorzaakt en een andere variant  een ernstige SOA kan veroorzaken. Ook van het griepvirus weten we dat er vele verschillende varianten zijn.
 
Het praktische probleem van het voorkomen van verschillende varianten is dat deze met de ontwikkelde laboratorium testen niet altijd zijn aan te tonen. Dat wil zeggen dat de ene Circo-virus variant wel kan worden aangetoond en een andere Circo-virus variant niet.
Laboratoria moeten de testen steeds aanpassen aan de verschillende varianten.

Bij de laboratorium test die wordt gebruikt gaat het om het aantonen van het DNA van het virus. Deze methode is heel betrouwbaar als DNA van het virus wordt aangetoond. Wordt het DNA niet aangetoond wil het helaas niet zeggen dat de vogel , met zekerheid, niet besmet is.

Zoals reeds aangegeven doet de moeilijkheid zich voor dat het niet altijd mogelijk is om met de bestaande laboratorium testen de aanwezigheid aan te tonen van de verschillende varianten.
Als een test negatief is terwijl de vogel wel besmet is met het virus wordt gesproken van een 'vals negatieve uitslag'.  Het kan ook gebeuren dat een test een 'vals positieve uitslag' geeft. Dat betekent dat de vogel niet besmet is met het virus terwijl de test positief is.
 

Het kan soms gebeuren dat de enige manier, om de besmetting met het Circovirus aan te tonen, is het onderzoek van organen van een levende of dode vogel. Dat betekent dat de bloedtesten van de levende vogel negatief kunnen verlopen terwijl het histologisch/weefsel onderzoek van de organen wel uitsluitsel geeft over de besmetting.

 

Er zijn meer ziektes die uitsluitend door middel van aanvullend laboratorium onderzoek  kunnen worden aangetoond.
Het gaat dan feitelijk echt om een verborgen gebrek.
Dat kan belangrijk zijn voor een koper om te kunnen achterhalen of de betreffende vogel lijdende was aan een ziekte/afwijking die niet kon worden aangetoond bij de aankoop.

Een verborgen gebrek kan reden zijn om de aankoop nietig te verklaren.

 

Bij de aankoop van een vogel is het meer dan redelijk dat de verkopende partij verantwoordelijk is voor het onderzoek van een vogel. Tenslotte beweren verkopers altijd dat de vogel gezond is. Meestal zonder daarbij uitslagen van onderzoek te laten zien.
 
Als na de aankoop wordt aangetoond dat de vogel besmet was met een ziekte op het moment van de koop is het voor de hand liggend dat de verkoper ook de kosten van het onderzoek zou moeten vergoeden. 
 
Behandeling
 
Er is geen specifieke behandeling om een vogel besmet met het Circoo-virus te genezen.
Algemene maatregelen zijn :
* Verbetering en ondersteuning van de algehele conditie en weerstand middels injecties, verbetering van de voeding, naar buiten, tam maken.
* Binnen de Kliniek voor Vogels wordt gewerkt met virusremmende medicijnen en de ervaringen daarmee zijn beslist hoopgevend.
Voor nadere informatie;  info@kliniekvoorvogels.nl
 

Voor wat betreft de problematiek binnen een kweekbestand.;

 

De consequenties van de aanwezigheid van het Circo-virus in een vogelbestand zijn;

 

*         Het kweken van jonge vogels wordt  minimaal een jaar stil gelegd.

*         Vanzelfsprekend is het aanschaffen van vogels niet aan de orde.

*         Vanzelfsprekend is het verkopen van vogels vanuit het bestand  niet aan de orde. 

 

Zoals reeds aangegeven doet de moeilijkheid zich voor dat het niet altijd mogelijk is om met de bestaande laboratorium testen de aanwezigheid van het Circo-virus aan te tonen bij een levende vogel.

We moeten er rekening mee houden dat het virus soms alleen kan worden aangetoond op basis van histologisch/weefselonderzoek van organen van een dode vogel.

Dit is niet alleen van toepassing op het Circo-virus. Er zijn meerdere virusziektes zoals Herpesvirus, Polyomavirus,  Adenovirus, Reovirus die nog niet of onvoldoende bij een levende vogel kunnen worden aangetoond en waarbij het onderzoek van een dode vogel wel  een diagnose kan opleveren.

Het standaard advies is om een bestand te controleren op het voorkomen van het Circovirus middels bloedonderzoek, uitstrijkjes en eventueel omgevingsstof. Bij uitwendige afwijkingen en/of sterfte middels weefselonderzoek van o.a. de bursa,  stukjes huid en/of veermateriaal enz.

Van ouds is het advies om vogels die positief zijn , zonder uitwendige verschijnselen , net als de overige vogels , na 90 dagen opnieuw te testen.

'Positieve vogels' zonder ziekteverschijnselen  worden in een quarantaine situatie gehuisvest , bij voorkeur met een buitenvlucht.

 

Het advies is om vogels, binnen een kweekbestand, met uitwendige verschijnselen,  te euthanaseren. Overwogen kan worden om vogels binnen een kweekbestand , zonder uitwendige ziekteverschijnselen ,  die bij de tweede test weer positief zijn , eventueel te euthanaseren.

 

De mate waarin de problemen zich binnen een bestand voordoen zijn sterk afhankelijk van de huisvesting , de voeding en de verzorging.

Verder zijn de problemen afhankelijk van de soorten, de mate van overbevolking en / of stress in een bestand. Het is belangrijk dat vogels, ook in kweekbestanden, tam zijn omdat bij bange vogels meer stress problemen spelen waardoor de vogels extra kwetsbaar zijn.

Vogels in buitenvluchten lopen aanzienlijk minder risico's dan vogels, opgesloten in binnenverblijven!

 

Huiskamervogels lopen vrijwel geen enkele risico tenzij deze in contact komen met vogels vanuit de handel of vogels vanuit een besmet bestand. De gevoeligheid heeft te maken met de soort , de leeftijd , de huisvesting , de algehele conditie en mogelijke stress factoren.

 

Onze ervaring is al vele jaren dat met name de kwaliteit van de voeding in hoge mate de algehele conditie en weerstand van vogels bepaald.

Wij hebben meer dan goede ervaringen met de voedingen van Harrison's Bird Foods met als aanvulling Sunshine factor, al dan niet gecombineerd met Booster. 

  
(c) Kliniek voor Vogels , Drs. Jan Hooimeijer
 

Het is niet toegestaan om bovenstaande tekst over te nemen , de kopieren of te publiceren zonder schriftelijke toestemming van de Kliniek voor Vogels te Meppel

 
0522-259455
info@kliniekvoorvogels.nl
@

© 2013  by Kliniek voor Vogels  |  sitemap
|
  |  disclaimer  |  privacy statement