Betreft de problematiek van PBFD= Snavel- en Veerrotziekte bij papegaaien en parkieten.
Deze virusziekte was bij papegaaien/parkieten in eerste instantie vooral bekend als ziekte bij kakatoes. Inmiddels zijn de afgelopen 30 jaar steeds meer verschillende soorten papegaaien en parkieten bekend waarbij het virus problemen geeft.
Het belangrijkste kenmerk was, met name bij kakatoes, het verlies van veren en ontwikkelen van afwijkende veren. Ook afwijkend gekleurde veren kunnen passen bij het ziektebeeld PBFD. Daarnaast waren er, vooral bij kakatoes, opvallende snavelafwijkingen. De afgelopen jaren zien we bij steeds meer vogelsoorten dat de klassieke verschijnselen niet meer naar voren komen. Dat betekent dat vogels besmet kunnen zijn zonder uitwendige verschijnselen, dus geen afwijkende bevedering en geen snavelafwijkingen.
Een belangrijk kenmerk bij deze virusziekte is dat vooral het afweersysteem wordt aangetast waardoor de weerstand van de vogel onvoldoende is.
Besmette vogels kunnen vervolgens allerlei complicaties krijgen die niet goed reageren op een behandeling.
In dergelijke gevallen is de problematiek vergelijkbaar bij mensen die besmet zijn met het HiV virus en vervolgens aids ontwikkelen waarbij allerlei complicaties optreden omdat ook bij AIDS het afweersysteem is aangetast. Bij grijze Roodstaarten zien we regelmatig dat er geen uitwendige verschijnselen zichtbaar zijn. Bij jonge grijze roodstaarten zien we dat er naast de aantasting van het afweersysteem zich ook bloedarmoede ontwikkelt en verlammingsverschijnselen in combinatie met acute leverontstekingen met geel/groen verkleurde urine. Vogels kunnen ook zonder uitwendige verschijnselen acuut doodgaan.
Als het gaat om een besmetting met PBFD in een bestand is het zeker niet zo dat alle vogels besmet worden en vervolgens problemen krijgen. Een deel van de vogels kan zich ontwikkelen als dragers zonder verder klachten of verschijnselen te vertonen. Andere vogels worden besmet maar zien kans het virus te overwinnen en zijn vervolgens vrij van het virus. Vooral jonge vogels zijn gevoelig voor deze virusziekte. Volwassen vogels lopen aanzienlijk minder risico. Een besmet bestand dient te worden gecontroleerd middels bloedonderzoek. Vogels die positief zijn, zonder uitwendige verschijnselen worden, net als de overige vogels, na 90 dagen opnieuw getest. 'Positieve vogels' worden in een quarantaine situatie gehuisvest, bij voorkeur met een buitenvlucht. Afhankelijk van de omstandigheden is het advies dat vogels met uitwendige verschijnselen, waarbij het Circo-virus wordt aangetoond, worden geeuthanaseerd. Kwekers die het bestand niet laten onderzoeken spelen vervolgens een rol bij de verspreiding van de ziekte en kunnen daar later (juridisch) door een koper op worden aangesproken als deze besmette vogels verkoopt. De tijd tussen het moment van besmetting en de uitwendige verschijnselen kan vari�ren van enkele weken tot vele jaren. De verspreiding gaat via het zwevend stof . Deze besmettelijke ziekte wordt vooral verspreid via handelaren in babypapegaaien. Deze handelaren verzamelen van verschillende herkomsten jonge papegaaien voor de handel.
Het advies is altijd om een jonge papegaai rechtstreeks aan te schaffen via een betrouwbare kweker en nooit via een handelaar. Wie koopt er een jonge hond via een hondenhandelaar?
DIAGNOSE Bij de laboratorium test die wordt gebruikt gaat het om het aantonen van het DNA van het virus. Deze methode is heel betrouwbaar als DNA van het virus wordt aangetoond. Wordt het DNA niet aangetoond wil het helaas niet zeggen dat de vogel , met zekerheid, niet besmet is. Het kan soms gebeuren dat de enige manier, om de besmetting met het Circovirus aan te tonen, is het onderzoek van organen van een levende of dode vogel. Dat betekent dat de bloedtesten van de levende vogel negatief kunnen verlopen terwijl het histologisch/weefsel onderzoek van de organen wel uitsluitsel geeft over de besmetting.
Een verborgen gebrek kan reden zijn om de aankoop nietig te verklaren.
Voor wat betreft de problematiek binnen een kweekbestand.;
De consequenties van de aanwezigheid van het Circo-virus in een vogelbestand zijn;
* Het kweken van jonge vogels wordt minimaal een jaar stil gelegd. * Vanzelfsprekend is het aanschaffen van vogels niet aan de orde. * Vanzelfsprekend is het verkopen van vogels vanuit het bestand niet aan de orde.
Zoals reeds aangegeven doet de moeilijkheid zich voor dat het niet altijd mogelijk is om met de bestaande laboratorium testen de aanwezigheid van het Circo-virus aan te tonen bij een levende vogel. We moeten er rekening mee houden dat het virus soms alleen kan worden aangetoond op basis van histologisch/weefselonderzoek van organen van een dode vogel. Dit is niet alleen van toepassing op het Circo-virus. Er zijn meerdere virusziektes zoals Herpesvirus, Polyomavirus, Adenovirus, Reovirus die nog niet of onvoldoende bij een levende vogel kunnen worden aangetoond en waarbij het onderzoek van een dode vogel wel een diagnose kan opleveren. Het standaard advies is om een bestand te controleren op het voorkomen van het Circovirus middels bloedonderzoek, uitstrijkjes en eventueel omgevingsstof. Bij uitwendige afwijkingen en/of sterfte middels weefselonderzoek van o.a. de bursa, stukjes huid en/of veermateriaal enz. Van ouds is het advies om vogels die positief zijn
'Positieve vogels' zonder ziekteverschijnselen worden in een quarantaine situatie gehuisvest
Het advies is om vogels, binnen een kweekbestand, met uitwendige verschijnselen, te euthanaseren. Overwogen kan worden om vogels binnen een kweekbestand
De mate waarin de problemen zich binnen een bestand voordoen zijn sterk afhankelijk van de huisvesting
Verder zijn de problemen afhankelijk van de soorten, de mate van overbevolking en / of stress in een bestand. Het is belangrijk dat vogels, ook in kweekbestanden, tam zijn omdat bij bange vogels meer stress problemen spelen waardoor de vogels extra kwetsbaar zijn. Vogels in buitenvluchten lopen aanzienlijk minder risico's dan vogels, opgesloten in binnenverblijven!
Huiskamervogels lopen vrijwel geen enkele risico tenzij deze in contact komen met vogels vanuit de handel of vogels vanuit een besmet bestand. De gevoeligheid heeft te maken met de soort
Onze ervaring is al vele jaren dat met name de kwaliteit van de voeding in hoge mate de algehele conditie en weerstand van vogels bepaald. Wij hebben meer dan goede ervaringen met de voedingen van Harrison's Bird Foods met als aanvulling Sunshine factor, al dan niet gecombineerd met Booster. Het is niet toegestaan om bovenstaande tekst over te nemen
![]()