Stop de Handopfok: Juridische en Wetenschappelijke Argumenten
Document vanuit Stichting Papegaai en Stichting Dier en Recht ter ondersteuning van de campagne tegen handopfok en de handel in baby papegaaien gebaseerd op juridische argumenten en wetenschappelijke achtergronden/referenties.
Bedoeling: aanpassing van de wetgeving waarbij baby papegaaien het recht krijgen om door de ouders te worden grootgebracht zoals dat o.a. ook is geregeld voor honden, katten, konijnen en chimpansees.
Ontwerpbesluit houders van dieren, artikel 1.18: Scheiden van honden, katten, konijnen en apen – Waarom geen papegaaien?
In artikel 1.18 van het Ontwerpbesluit houders van dieren, één van de besluiten die de nieuwe Wet dieren nader moeten invullen, is het huidige Besluit scheiden van dieren ongewijzigd overgenomen. Dier & Recht en Stichting Papegaai pleiten voor een uitbreiding van dit artikel met papegaaien.
Het Besluit scheiden van dieren dateert uit 1996. In het ontwerpbesluit zijn meer recente ontwikkelingen in wetenschap en maatschappij in het geheel niet verdisconteerd.
Inmiddels hebben wij begrepen dat Wageningen University & Research centre (WUR) onderzoek heeft gedaan naar de actualiteit en volledigheid van de lijst van dieren zoals opgenomen in het Besluit scheiden van dieren en in artikel 1.18 van het ontwerpbesluit. Voor zover bekend gaat het hier om een inventariserend literatuuronderzoek. Misschien hebben we dan gedeeltelijk dubbel werk gedaan – maar wij brengen ook, dankzij Stichting Papegaai, praktijkkennis en jarenlange ervaring in, en bovendien inzicht in de structuur van kwekerij en handel.
Wij dringen er op aan dat papegaaien met spoed ‘op de lijst’ worden geplaatst. In de praktijk doen zich veelvuldig enorme welzijnsproblemen voor. De redenen om de dieren in hun welzijn te benadelen zijn zuiver bedrijfseconomisch van aard.
Het scheiden van papegaaien vindt plaats om handopfok mogelijk te maken, en handopfok maakt een normale, soortspecifieke opvoeding onmogelijk. Dit is niet in het belang van de papegaaien en deze aanpak is in flagrante strijd met de uitgangspunten van de Wet dieren. Wij willen de levenslange problemen die samenhangen met het vroegtijdig scheiden van babypapegaaien van hun ouder zo breed mogelijk onder de aandacht brengen. Publicatie van dit commentaar op het ontwerpbesluit op onze websites dient dan ook mede ter ondersteuning van de petitie:
STOP DE HANDOPFOK EN DE HANDEL IN BABYPAPEGAAIEN.
Noor Evertsen en Patricia Beekelaar, Stichting Dier & Recht
Drs. Jan Hooimeijer, Stichting Papegaai
Op de hoogte gehouden worden? Mail naar: info@dierenrecht.org of info@stichtingpapegaai.nl
We know that parrots are animals with long life spans and complex personalities. These personalities evolve through a series of developmental stages. By virtue of their long life span these parrots have an extended period of immaturity. The lessons they learn as youngsters impact their lifelong success and quality of life – both as a parrot and as a human companion (Blanchard, 2000).
Scheiden van dieren – Papegaaien
In het kader van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren is het besluit Scheiden van dieren in werking getreden met ingang van 1 september 1996. In dat besluit is voor een aantal diersoorten - honden, katten, konijnen en apen - bepaald dat de jonge dieren niet van het ouderdier gescheiden mogen worden voordat zij de voor die soort vastgestelde leeftijd hebben bereikt. Een uitzondering kan worden gemaakt indien dit noodzakelijk is met het oog op de gezondheid en het welzijn van het jong of het ouderdier.
In het besluit uit 1996 zijn papegaaien niet opgenomen, omdat men destijds van mening was dat het vroegtijdig scheiden van kuikens en ouderdieren geen welzijnsproblemen opleverde. In het licht van recent wetenschappelijk onderzoek en ervaringen van deskundigen zijn de Stichting Dier & Recht en de Stichting Papegaai van mening dat het noodzakelijk is om dit oordeel te herzien en papegaaien alsnog te plaatsen op de lijst, die nu in artikel 1.18 van het Ontwerpbesluit houders van dieren ongewijzigd is overgenomen.
Wij zullen hieronder nader ingaan op de gevolgen van vroegtijdig scheiden voor de kuikens en vervolgens op de gevolgen voor de ouderdieren. Ook de houder c.q. eigenaar komt ter sprake – tenslotte zijn houders degenen, tot wie het conceptbesluit is gericht.
Overigens geven ook de normatieve uitgangspunten van de Wet dieren en de bijbehorende algemene maatregelen van bestuur alle aanleiding tot een actualisering van dit onderdeel. Die stelling wordt nader toegelicht onder ‘Juridisch kader’.
Voor alle duidelijkheid geven we om te beginnen een indruk van de gangbare praktijk.
De gangbare praktijk
Ofwel de eieren of de jonge kuikens worden ten behoeve van handopfok bij de oudervogels weggehaald. De eieren worden in de machine uitgebroed en de kuikens worden (veelal op ondeskundige wijze) door mensen met de hand opgefokt. Babypapegaaien worden vaak verkocht voor ze zelfstandig kunnen eten. Zij krijgen niet de kans om te leren van hun ouders en groeien op zonder sociale contacten met nest- of soortgenoten.
Door het voortijdig scheiden krijgt het dier geen kans om op natuurlijke wijze en in een normaal tempo essentiële vaardigheden te leren, die hem of haar in staat stellen om zich als een papegaai te gedragen. Het dier leert normaliter op jonge leeftijd van de ouders en tijdens het opgroeien van de nestgenoten ook, hoe om te gaan met conflictsituaties en angst. De trotse eigenaren realiseren zich waarschijnlijk niet dat ze geen normale papegaai kopen en als het ware om problemen vragen. Ondeskundigheid van de eigenaar over normaal gedrag leidt tot wederzijds onbegrip en tot wederzijdse frustratie en veel ellende. Uiteindelijk voldoet het dier niet aan de verwachtingen. Veel papegaaien gaan van hand tot hand en belanden in opvangcentra of komen weer in de handel terecht. Zelden bereikt een papegaai de natuurlijke, hoge leeftijd van 60 tot 80 jaar.
De handel floreert, omdat er een onnatuurlijk hoge omloopsnelheid van papegaaien (ouderdieren en kuikens) wordt bewerkstelligd - maar daar is dan ook alles mee gezegd.
Gevolgen van vroegtijdig scheiden voor de kuikens
Er zijn talloze aanwijzingen dat het vroegtijdig weghalen van de jonge papegaai bij de ouders en het gemis van belangrijke inprentingsfasen ernstige, structurele en onomkeerbare gedrags- en welzijnsproblemen veroorzaken, waarbij een deel van de problemen pas naar voren komt als de vogel geslachtsrijp en seksueel actief is. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat babypapegaaien, die met de hand zijn grootgebracht, meer gevoelig zijn voor infectieziektes.
Hieronder geven wij aan de hand van de belangrijkste publicaties die sinds 1996 zijn verschenen een kort overzicht van de bewijzen voor de samenhang tussen scheiden en benadeling van welzijn.
Wij gaan er daarbij van uit dat u bekend bent met ouder onderzoek, zoals dat van Konrad Lorenz die het fenomeen inprenting heeft beschreven (Burkhardt, 2005). De meest bekende vorm van inprenting speelt zich af in de periode waarin het jonge dier de karakteristieken leert van de ouders en daarmee van soortgenoten. Dankzij deze inprenting herkent het dier op oudere leeftijd soortgenoten als soortgenoten. Dat is met name belangrijk in de periode dat de dieren volwassen en geslachtsrijp worden. Sociale kennis en vaardigheden en overleven zijn bij papegaaien onlosmakelijk met elkaar verbonden (Blanchard, 2000). Als er in deze gevoelige periode een verkeerde inprenting heeft plaatsgevonden - zoals meestal gebeurt wanneer het kuiken te vroeg van ouders en nestgenoten wordt weggehaald - ontwikkelen de dieren later gegarandeerd (gedrags)problemen.
Onderzoekster Rebecca Fox van de Universiteit van Californië noemt onder andere een tragere groei, het ontwikkelen van gedragsproblemen en een verstoring van de psychische ontwikkeling als gevolg van vroegtijdig scheiden. Daarnaast zien we verstoring in het vormen van normale sociale en seksuele voorkeuren en een afwijkende vocale ontwikkeling.
Ook refereert zij aan de toename van fobisch gedrag bij kuikens als gevolg van het vroegtijdig scheiden. 'Jonge papegaaien die eerder tam en aanhankelijk waren lijken ineens bang voor alles en iedereen. Deze plotselinge angst ontstaat vaak rond de tijd dat de papegaaien normaal gesproken onafhankelijk worden van hun ouders.”
Fobische papegaaien verwonden zichzelf vaak. Daarbij hebben kuikens die vroegtijdig zijn gescheiden een sterke voorkeur voor sociaal contact met mensen en daardoor een verminderde voorkeur voor contact met soortgenoten. Dat heeft negatieve consequenties voor de voortplanting (Fox, 2006).
Een eerder onderzoek naar verschillende opfokmethodes door ‘soortvreemde ouders’ bij grijze roodstaartpapegaaien (Schmid, 2004) bevestigt dat papegaaien die te vroeg bij de ouders zijn weggehaald of zelfs helemaal zonder ouders zijn grootgebracht problemen hebben met broeden en met zich binden aan soortgenoten.
Ook is er een toename van stereotiep gedrag geconstateerd bij deze papegaaien, evenals
- afwijkend poetsgedrag: te veel verzorgen of juist te weinig verzorgen van hun verenkleed - dit gedrag wordt beschouwd als een lichamelijke uiting van psychisch leed (Engebretson 2006, p. 265)
- onvolwassen gedrag (bedelen/aandacht vragen/babygedrag)
- eenkennig gedrag jegens mensen: een sterke binding aan één mens die als (seksuele) partner wordt beschouwd; de papegaai gedraagt zich daardoor agressief tegenover de ‘concurrentie’ - de overige huisgenoten
- het onvermogen om met soortgenoten te socialiseren
- toegenomen agressie jegens mensen in het algemeen en zelfs jegens de eigenaar, waaronder schreeuwen en bijten (zie ook Low, 2001; Lantermann, 1998; Munkes, 2002).
Schmid concludeert dat papegaaien die vroegtijdig van de ouderdieren zijn gescheiden frustratie-gerelateerde of aandachtzoekende gedragingen ontwikkelen, zoals agressiviteit, verenplukken en stereotiepe of abnormale seksuele gedragingen.
De Duitse Tierärztliche Vereinigung für Tierschutz (2006) beschrijft dat met de hand opgevoede kuikens kwetsbaarder zijn voor ziektes. Er kan sprake zijn van een verminderde afweer als gevolg van voedingsdeficiënties en van allerlei stressfactoren.
Daarbij schuilen er in het kunstmatig voeden van de kuikens grote gevaren, waaronder kropverbranding, risico op stikken, verhongering en zelfs overlijden.
De Tierärztliche Vereinigung für Tierschutz beschrijft eveneens de reeds genoemde problemen op latere leeftijd, waaronder voortdurende frustratie en gedragsproblemen zoals agressie, schreeuwen en macho seksueel gedrag zoals dreig- en imponeergedrag, vlieg- en bijtaanvallen en pogingen tot copuleren (zie ook Van Zeeland, Spruit e.a., 2009). Vooral bij vogels die vroeg bij de ouders zijn weggehaald worden bewegingsstereotypen, waaronder veerbijten of veerplukken tot en met automutilatie (zelfverminking) waargenomen. Papegaaien die zonder contact met soortgenoten zijn grootgebracht hebben geen mogelijkheid het soorteigen geluidsrepertoire te leren. Latere socialisatie van zulke vogels met soortgenoten is volgens de Tierärztliche Vereinigung für Tierschutz nog zelden mogelijk.
Reeds door Tinbergen is overspronggedrag beschreven als een specifiek gedrag dat past in een conflictsituatie tussen soortgenoten. Als vogels worden weggehaald bij de ouders en de nestgenoten voordat ze hebben geleerd hoe ze moeten omgaan met conflictsituaties of onbekende, nieuwe situaties of prikkels uit de omgeving, zullen ze onaangepast gedrag gaan vertonen wanneer ze later in dergelijke situaties terechtkomen (Van Zeeland, Spruit e.a., 2009).
Zoals ook bekend bij jonge honden en andere jonge dieren zijn het onderling stoeien met nestgenoten en de opvoeding van de ouders in deze situaties bepalend voor het latere gedrag. Dit ‘gebrek aan opvoeding’ verklaart enerzijds overdreven angstreacties en anderzijds agressie en bijtgedrag bij papegaaien die met de hand zijn grootgebracht.
In principe normaal overspronggedrag wordt afwijkend en ongewenst gedrag.
Gevolgen vroegtijdig scheiden voor de ouderdieren
Het wegnemen van de eieren en vooral van kuikens (om die verder met de hand groot te brengen) is vanuit de sector bekeken wel te verklaren.[1] Het dient echter uitsluitend commerciële belangen en veroorzaakt bij de ouderdieren aanzienlijke stress, kan tot verstoring van de band tussen het broedpaar leiden en tot fysieke verzwakking van de pop bij het leggen van nieuwe eieren (Tierärztliche Vereinigung für Tierschutz, 2006).
De ouderdieren worden feitelijk gedwongen om meer eieren te leggen dan ze van nature zouden doen (‘overbreeding’). De levensverwachting van de ouderdieren wordt hierdoor zeer ongunstig beïnvloed (Hooimeijer, 1999).
Gevolgen van vroegtijdig scheiden voor de eigenaren
Door de stijgende populariteit van papegaaien als gezelschapsvogel ontstond er een toenemende vraag, waar mede dankzij de methode van handopfok aan kon worden voldaan. Als verkoopargument werd het gemeengoed om te suggereren dat een papegaai die met de hand was grootgebracht uiteindelijk beter geschikt zou zijn als gezelschapsvogel. Uit bovengenoemde gevolgen blijkt helaas het tegendeel. Het scheiden van kuikens van de ouders heeft talloze welzijns- en gedragsproblemen tot gevolg. Een drama voor de vogels, maar ook voor de eigenaren die met een zieke, wegkwijnende of onhandelbare papegaai worden geconfronteerd. 'Because of the production ethic”, schrijft Sally Blanchard, 'many young birds being sold lack long-term pet potential” (Blanchard, 2000).
Vicieuze cirkels
Meerdere studies wijzen uit dat papegaaien die na vroegtijdige scheiding van de ouderdieren geïsoleerd met de hand zijn grootgebracht, voor zover ze überhaupt nog gekoppeld kunnen worden, vaak niet tot de verzorging van de eigen kuikens in staat zijn of de eigen nakomelingen zelfs doden. Voortplanting is bij deze dieren daarom in de meeste gevallen niet meer mogelijk. Cijfers die een sterke verschuiving naar handopfok laten zien, zijn hiervan het bewijs.[2]
We weten dat gedragsproblemen een belangrijke reden zijn dat papegaaien uiteindelijk weer in de handel of in opvangcentra terecht komen. Het is helaas een gegeven dat papegaaienopvangcentra in het algemeen overspoeld worden met papegaaien die door wanhopige houders worden afgestaan.
Herplaatsing is een probleem vanwege ondeskundigheid binnen de opvangcentra op het gebied van gedragsproblemen en vanwege ondeskundigheid bij potentiële adoptiegezinnen, die niet weten hoe moet worden ingespeeld op gedragsproblemen.
Daarbij ontwikkelen papegaaien die met de hand zijn groot gebracht vaak een overmatig sterke band met een bepaalde persoon. Dat leidt tot grote problemen wanneer deze persoon vanwege ziekte, dood of andere veranderingen in de levensomstandigheden niet meer ter beschikking staat. Ook daarom eindigen papegaaien vaak in de opvang.
Juridisch kader
Bij de voorbereiding van het Besluit Scheiden van Dieren heeft de wetgever zich afgevraagd of papegaaien ook in het besluit moesten worden opgenomen. Als reden om dat niet te doen werd gesteld dat problemen die zich bij papegaaien voordoen geen rechtstreeks gevolg zijn van het scheiden, 'omdat het scheiden gevolgd door handopfok door de mens op zichzelf geen welzijnsproblemen oplevert” (Stb. 1996, 137, p. 5).[3] Gelet op de reikwijdte van het besluit was bovendien vereist, dat het om onaanvaardbare welzijnsproblemen ging (p. 3, 7).
Deze redenering bevat twee belangrijke elementen: ‘rechtstreeks’ en de veronderstelling, dat het bij handopfok niet per definitie fout hoeft te gaan. Dat laatste erkennen wij, maar er moet dan wel aan zeer strenge voorwaarden worden voldaan. De gemiddelde kweker of particulier slaagt daarin vaker niet dan wel. Scheiden – falende handopfok – problemen is de gangbare kettingreactie. ‘Rechtstreeks’ is dan misschien niet het goede woord, maar een oorzaak-gevolg relatie valt niet te ontkennen. Uiteindelijk vindt het scheiden plaats om handopfok mogelijk te maken, en handopfok maakt een normale, ‘artgerechte’ (soortspecifieke) opvoeding onmogelijk.
Bovendien is het scheiden een traumatische ervaring omdat de jonge vogel in een situatie terechtkomt waar deze gezien de ontwikkelingsfase niet op is ingesteld. En deze traumatische ervaring is wel degelijk het rechtstreeks gevolg van het scheiden van het ouderdier.
In § 3.6 van de Nota van toelichting bij het Ontwerpbesluit houders van dieren wordt gesteld, dat er ten principale geen bezwaren bestaan tegen het scheiden van jonge dieren van het ouderdier eerder dan dat van nature plaatsvindt (p. 20). Bij de opfok van dieren geven bedrijfsmatige of louter financiële redenen echter vaak de doorslag om de relatie tussen het jonge dier en het ouderdier te vroeg te verbreken. Als direct gevolg daarvan kunnen onaanvaardbare welzijnsproblemen voor dat jong of het ouderdier optreden. Daarnaast doorbreekt dit de relatie tussen het ouderdier en het kind. Dit vormt een beperking van het natuurlijke gedrag. Dit is een inbreuk op de intrinsieke waarde van het dier (p. 21).
Aan de regels die deze nadelen moeten voorkomen liggen onder andere de volgende criteria ten grondslag:
- Het jonge dier moet zelfstandig in zo’n mate voedsel kunnen opnemen en op zodanige wijze zelf kunnen verteren dat het scheiden van het ouderdier niet leidt tot ziekte of sterfte;
- Het jonge dier moet een zodanig gedrag kunnen ontwikkelen dat het scheiden van het ouderdier niet leidt tot langdurige spanning, stress of gedragsproblemen;
- Het leed dat het ouderdier als gevolg van het scheiden ondervindt mag niet zodanig zijn dat het leidt tot langdurige stressverschijnselen of verstoring van fysiologie, immunologie of gedrag.
Op grond van deze criteria zouden papegaaien met voorrang in artikel 1.18 moeten worden opgenomen. Overigens vertonen de genoemde criteria een opvallende overeenkomst met de ingrediënten van de zorg die dieren – als wezens met intrinsieke waarde - blijkens artikel 1.3 van de Wet dieren redelijkerwijs behoeven: de dieren zijn gevrijwaard van dorst, honger en onjuiste voeding, van fysiek en fysiologisch ongerief, van pijn, verwonding en ziektes, van angst en chronische stress en van beperking van hun natuurlijk gedrag.
Het scheiden van papegaaienkuikens van hun ouders maakt dat ze de levensgrote kans lopen om juist wel met al deze ellende te worden geconfronteerd. De kans om hun natuurlijk gedrag te leren wordt ze van begin af aan bewust ontnomen, waardoor ze later niet weten hoe zich als papegaai moeten gedragen. Dit hindert ze in de omgang met soortgenoten, ook als seksuele partners. Het maakt inbreuk op hun gezondheid en hun levensverwachting. Ook de ouderdieren krijgen te maken met de nadelige gevolgen van het routinematig negeren van de behoefte aan en de noodzaak tot ouder-kind banden. Alles wat voor papegaaien ‘natuurlijk’ is, wordt ze ontzegd.
Wat de kwekers leveren zijn zogenaamd tamme vogels, prima geschikt als gezelschapsdier – maar in feite zijn het psychisch verknipte wezens die niet weten wat ze zijn, bij wie ze bij horen, en hoe ze zich moeten gedragen. Kwekers leveren daarmee potentiële ‘klanten’ voor de papegaaienopvang. Hun redenen zijn daarbij zuiver bedrijfseconomisch van aard. Handopfok werd een onderdeel van het management binnen de avicultuur vanwege het voordeel dat papegaaien meer eieren leggen als de eieren worden weggehaald. Bovendien kan voor zogenaamd handtamme vogels een hoge prijs worden gevraagd.
In deze praktijk worden alle uitgangspunten van de Wet dieren – erkenning van de intrinsieke waarde van het individuele dier, streven naar goed welzijn, voorkomen van onaanvaardbare welzijnsproblemen - geschonden. De hierboven geciteerde passage op p. 21 van de toelichting bij het ontwerpbesluit is papegaaien op het lijf geschreven. Papegaaien opnemen op de lijst in artikel 1.18 is dan een logische volgende stap en een goed begin voor een omslag naar het meer diervriendelijk houden van papegaaien.
Conclusie
Op grond van de gevolgen van het vroegtijdig scheiden van kuikens en ouderdieren en het geschetste juridische kader zijn Stichting Dier & Recht en Stichting Papegaai van mening dat papegaaien opgenomen dienen te worden in artikel 1.18 van het Besluit houders van dieren. Van nature charismatische, uitzonderlijk intelligente en sociale papegaaien kunnen ernstig getraumatiseerd raken als ze als jonge vogels niet door de ouders worden grootgebracht.
De reden dat babypapegaaien met de hand worden grootgebracht is uitsluitend gelegen in het commerciële belang van de kwekers/verkopers. De suggestie dat handmatig grootbrengen in het belang is van de babypapegaai of in het belang van toekomstige kopers vindt geen steun in wetenschappelijke gegevens en publicaties van de afgelopen 15 jaar.
De ervaringen van deskundigen die worden geconfronteerd met de negatieve consequenties van het scheiden van de kuikens van de ouderdieren zijn eenduidig negatief. In Oostenrijk is handopfok om commerciële redenen dan ook al verboden (§ 4. (5), 2. Tierhaltungsverordnung, BGBl. II Nr. 486/2004).
Babypapegaaien moeten het recht krijgen om door de ouders te worden grootgebracht tot ze minimaal volledig zelfstandig kunnen eten en niet meer afhankelijk zijn van de ouders. De precieze leeftijd waarop jonge papegaaien volledig zelfstandig kunnen eten en van hun ouders zouden mogen worden gescheiden varieert per soort, maar is per soort wel een vast omschreven gegeven. Deze gegevens kunnen wij de wetgever desgewenst verstrekken.
Noor Evertsen, Jan Hooimeijer, Patricia Beekelaar
31 maart 2010
BIJLAGE: LITERATUURLIJST
Literatuurlijst
Hieronder volgt een selectie van publicaties over de schadelijke effecten op de neurofysiologische ontwikkeling en over de ontwikkeling van gedragsproblemen bij papegaaien die op jonge leeftijd worden gescheiden van de ouders. Daarnaast zijn er publicaties opgenomen die ingaan op de risico’s en complicaties ten aanzien van de gezondheid van babypapegaaien die met de hand worden grootgebracht.
- W.L. Aengus, J.R. Millam - Taming Parent-reared orange-winged Amazon parrots by neonatal handling. Zoo Biology 18 (1999), p. 177-187
- Animal Science Group - Ongerief bij rundvee, varkens, pluimvee, nertsen en paarden. Wageningen (2007), p. 25-26, 29
- Animal Science Group - Ongerief bij konijnen, kalkoenen, eenden, schapen en geiten. Wageningen (2009), p. 25, bijlage 3
- R.P. Balda, I.M. Pepperberg, A.C. Kamil - Animal Cognition in Nature: The Convergence of Psychology and Biology in Laboratory and Field. Academic Press, San Diego (1998)
- S. Blanchard - The poultrification of parrots: Has the bird biz shot itself in the foot? Pet Bird Report 46 (2000)
- I. Branchi - The mouse communal nest: Investigating the epigenetic influences of the early social environment on brain and behavior development. Neuroscience & Biobehavioral Reviews 33 (2009) 4, p. 551-559
- R.W. Burkhardt, Jr. - Patterns of Behavior: Konrad Lorenz, Niko Tinbergen, and the founding of ethology. University of Chicago Press (2005)
- C. Caldji, J. Diorio, M.J. Meaney - Variations in maternal care in infancy regulate the development of stress reactivity. Biol. Psychiatry 48 (2000), p. 1164-1174
- J.C. Collette, J.R. Millam, K.C. Klasing, P.S. Wakenell - Neonatal handling of Amazon parrots alters the stress response and immune function. Applied Animal Behavior Science 66 (2000), p. 335-349
- B. Cramton - Handler Attitude and Chick Development, in: Luescher, Manual of Parrot Behavior (2006), p. 113-128
- B. Doneley - The Galah. Seminars in Avian and Exotic Pet Medicine, Vol. 12 (2003), No. 4, p. 185-194
- M. Engebretson - The welfare and suitability of parrots as companion animals: a review. Animal Welfare 15 (2006), p. 263-276
- R. Fox - Hand-Rearing: Behavioral impacts and implications for captive parrot welfare, in: Luescher, Manual of Parrot Behavior (2006), p. 83-91
- R.A. Fox, J.R. Millam - The effect of early environment on neophobia in orange-winged Amazon parrots (Amazona amazonica). Applied Animal Behaviour Science 89 (2004), p. 117-129
- J.P. Garner, C.L. Meehan, J.A. Mench - Stereotypes in caged parrots, schizophrenia and autism: evidence for a common mechanism. Behavioral Brain Research 145 (2003), p. 125-134
- J. Hooimeijer - Management as prevention and therapy in aviculture. Proceedings Conference of the International Avicultural Society (IAS), Orlando (1998)
- J. Hooimeijer - Medical Problems Because of Management Failures in Aviculture. Proceedings Annual Conference Association Avian Veterinarians, New Orleans (1999)
- J. Hooimeijer - Handopfok van een noodzakelijk kwaad naar een vogelonvriendelijke commerciële activiteit (2009), Kliniek voor Vogels, link naar artikel op kliniekvoorvogels.nl
- J. Hooimeijer, J.M. Pericard - Behaviour and behavioural diseases in psittacine birds. Proceedings 15th FECAVA Eurocongress, Lille (2009)
- W. Lantermann - Verhaltensstörungen bei Papageien: Enstehung – Diagnose – Therapie. Stuttgart (1998)
- N.R. Latham, G.J. Mason - Maternal deprivation and the development of stereotypic behaviour. Applied Animal Behaviour Science 110 (2008), p. 84-108
- B.S. Levine - Common Disorders of Amazons, Australian Parakeets, and African grey parrots. Seminars in Avian and Exotic Pet Medicine, Vol. 12 (2003) No. 3, p. 125-130
- J.M. Loberg (et al.) - Reaction of foster cows to prevention of suckling from and separation from four calves simultaneously or in two steps. Journal of Animal Science 85 (2007) p. 1522-1529
- R. Low - Papageien sind einfach anders: Eigenheiten verstehen und Verhaltensprobleme losen. Stuttgart (2001)
- A. U. Luescher (Ed.) - Manual of Parrot Behavior. Blackwell Publishing (2006)
- C.L. Meehan, J.P. Garner, J.A. Mench - Isosexual pair housing improves the welfare of young Amazon parrots. Applied Animal Behaviour Science 81 (2002), p. 73-88
- V. Munkes, S. Munkes – Massenvermehrung von Papageienvögeln durch Handaufzug: eine kritische Betrachtung. Gefiederte Welt, 6 (2003), p. 166-169
- S. Munkes, V. Munkes - Durch menschliches Fehlverhalten provozierte Brut und Aufzuchtzwischenfälle mit der Folge sogenannter Not-Handaufzuchten. Gefierderte Welt 5 (2005), p. 134-137
- V. Munkes, H. Schrooten - Entwurf einer Überarbeitung der ”Mindestanforderungen” / Haltung und Zucht von Papageien. Vorlageentwurf (2008)
- V. Munkes, H. Schrooten - Papageienverhalten verstehen. Ulmer Verlag (2008)
- H.J.J. van Oers, E.R. de Kloet, S. Levine - Early vs. late maternal deprivation differentially alters the endocrine and hypothalamic responses to stress. Developmental Brain Research 111 (1998), p. 245-252
- S. O’Mahony, J.R. Marchesi (et al.) - Early life stress alters behavior, immunity, and microbiota in rats: Implications for irritable bowel syndrome and psychiatric illnesses. Biological Psychiatry 65 (2009), p. 263-267
- I.M. Pepperberg - The Alex Studies, Cognitive and Communicative Abilities of African Grey Parrots. Harvard University Press (1999), (2002, first paperback edition)
- C.R. Pryce, J. Feldon - Long-term neurobehavioural impact of the postnatal environment in rats: manipulations, effects and mediating mechanisms. Neuroscience & Biobehavioral Reviews 27 (2003), p. 57-71
- A.B. Riber (et al.) - Effects of broody hens on perch use, ground pecking, feather pecking and cannibalism in domestic fowl (Gallus gallus domesticus). Applied Animal Behaviour Science 106 (2007) p. 39-51
- R. Schmid - The influence of the breeding method on the behaviour of adult African grey parrots. Inaugural dissertation, Universität Bern (2004)
- W. Sutanto, P. Rosenfeld, E.R. de Kloet, S. Levine – Long-term effects of neontal maternal deprivation and ACTH on hippocampal mineralocorticoid and glucocorticoid receptors. Developmental Brain Research 92 (1996), p. 156-163
- Tierärztliche Vereinigung für Tierschutz e.V. Arbeitskreis 8 (Zoofachhandel u. Heimtierhaltung) - Stellungnahme zur Handaufzucht bei Papageien (2006)
- R. Wanker - Socialization in spectacled parrotlets (Forpus conspicillatus ): how juveniles compensate for the lack of siblings. Acta ethologica 2 (1999), p. 23-28
- M. Wohr, R. K.W. Schwarting - Maternal care, isolation-induced infant ultrasonic calling, and their relations to adult anxiety-related behavior in the rat. Behavioral Neuroscience, Vol. 122 (2008), p. 310-330
- Y.R.A. van Zeeland, B.M. Spruit (et al.) - Feather damaging behaviour in parrots: A review with consideration of comparative aspects. Applied Animal Behaviour Science 121 (2009), p. 75-95
- P. Zucca - Mind of the Avian patient: cognition and welfare. Proceedings of the 9th European AAV Conference Zurich (2007), p. 357-365
[1] Handopfok is 30-40 jaar geleden ontstaan als noodzakelijk kwaad omdat oudervogels hun eigen kuikens niet wilden voeden en verzorgen waardoor de jongen dood gingen. Het niet willen grootbrengen van de eigen jongen moeten we beschouwen als zeer afwijkend gedrag, dat ontstond als gevolg van fouten in het management ten aanzien van de voeding, de huisvesting, de verzorging en het gebrek aan kennis over het gedrag van papegaaien. Na verbeteringen in het management bleken ouderdieren hun jongen wel groot te kunnen brengen. Kwekers hadden, dankzij de handopfok, echter de ervaring opgedaan dat ouders geneigd zijn om opnieuw eieren te leggen als de eieren of de jonge vogels worden weggehaald. Daarmee werd het weghalen van de eieren en/of de jongen tot een commercieel belang. Er zijn kwekers die de eerste eieren of jongen weghalen om vervolgens de ouders een tweede ronde zelf te laten grootbrengen. Daaruit blijkt dat het weghalen van de eieren of jongen wordt gedaan vanwege economisch gewin en de handopfok een groot commercieel belang dient.
[2] Munkes noemt in Papageienverhalten verstehen (2008) percentages voor het aandeel van de handopfok voor 2006, vergeleken met 2003: Prozentual ergibt sich hieraus (uit een onderzoek naar aanbiedingen op één van de grootste Duitse internetfora voor vogelliefhebbers) bei Graupapageien ein Handaufzuchtanteil von 77%, Amazonen von 77%, Aras von 44% und Kakadus von 67%. Zum Vergleich eine Liste vom 05.08.2003: Graupapageien 18%, Amazonen 37%, Aras 16% und Kakadus 42% (Munkes, 2003).
[3] 'In het kader van het onderhavige besluit worden dergelijke problemen dan ook niet behandeld”, zo vervolgt de NvT – maar in enig ander kader zijn ze bij ons weten ook niet aangepakt.
© Kliniek voor Vogels, Drs. J.
Hooimeijer
Het is niet toegestaan om
bovenstaande tekst en/of foto’s van deze website, te kopiëren of te publiceren
zonder schriftelijke toestemming van de Kliniek voor Vogels te
Meppel